Regels voor het vervoer van kinderen! Kinderen kleiner dan 1,35 meter moeten in een goedgekeurd kinderzitje vervoerd worden. Volwassenen en kinderen groter dan 1,35 meter moeten de autogordel om en mogen zonodig ook een kinderzitje (zittingverhoger) gebruiken. Een kinderzitje kan zijn: een babyautostoeltje, een kinderautostoeltje of een zittingverhoger.
Regels beschermen uw kindAuto’s worden steeds veiliger. Met behulp van kreukelzones, kooiconstructies en airbags beschermen zij de inzittenden. De autogordels vormen hierbij een onmisbare schakel. Maar autogordels zijn ontworpen voor volwassenen. Voor kinderen werken ze veel minder goed en voor baby’s zijn ze totaal ongeschikt. Daarom is in Europa afgesproken dat er strengere regels nodig zijn voor het vervoer van kinderen in de auto. Regels die maar één ding tot doel hebben: uw kind beter beschermen. Baby’s rijden tegen de rijrichting in (airbag)Babyautostoeltjes voor kinderen tot ongeveer 1 jaar staan altijd tegen de rijrichting in. Op een zitplaats met een airbag ervoor mogen kinderen niet worden vervoerd in een babyautostoeltje dat tegen de rijrichting in is geplaatst. Dit mag alleen, als de airbag is uitgeschakeld. Het autostoeltje kan namelijk door de airbag naar achteren worden geslagen, iets wat de baby mogelijk niet overleeft. Of dat uitschakelen mogelijk is en hoe dat dan moet, staat in de gebruiksaanwijzing van de auto. Of anders kan de garage wel helpen. Gordels en kinderzitjes goed gebruiken Het is verplicht om de autogordels en kinderzitjes te gebruiken op de door de fabrikant voorgeschreven manier. Zo zijn ze ook getest. Het is bijvoorbeeld niet langer toegestaan het diagonale deel van de gordel achter de rug langs of onder de arm door te dragen. De gordel is niet ontworpen om zo te worden gebruikt en werkt dan ook niet goed. Ook voor zwangere vrouwen en hun ongeboren kind is het veel veiliger de gordel op de juiste manier te dragen. Het heupgedeelte onder de buik, zo laag mogelijk over het bekken, het diagonale deel over de borst, boven de buik.
GordelgeleiderEen gordelgeleider (gordelclip) moet ervoor zorgen dat het diagonale deel van de autogordel over de schouder loopt en niet over de hals. Een gordelgeleider kan deel uitmaken van een zittingverhoger. Er zijn ook afzonderlijke gordelgeleiders te koop. Deze laatste mogen niet gebruikt worden, behalve: - door volwassenen;
- door kinderen zwaarder dan 36 kg;
- in uitzonderingsgevallen waarin geen kinderzitje gebruikt hoeft te worden.
De afzonderlijke gordelgeleiders die in deze gevallen zijn toegestaan, moeten aan enkele eisen voldoen. Zij mogen alleen aan het diagonale deel van de autogordel zijn bevestigd. Een gordelgeleider die het heupdeel met het diagonale deel verbindt, is dus altijd verboden. Verder mag een gordelgeleider de goede werking van de gordel niet belemmeren en mag hij geen ruwe delen hebben die de gordel kunnen beschadigen. Voor kinderen blijft een zittingverhoger veiliger. Die zorgt er namelijk ook voor dat het heupgedeelte van de gordel over het bekken loopt en niet over de buik. Daardoor kan bij een ongeval ernstig inwendig letsel voorkomen worden. Met een gordelgeleider blijft de kans op dergelijk letsel aanwezig. Gebruik dus als het even kan liever een zittingverhoger. Welk kinderzitje u moet gebruiken hangt af van de lengte en het gewicht van uw kind. Kind groter dan 1,35 meterIs uw kind groter dan 1,35 meter, dan moet uw kind de autogordel gebruiken (voor zover beschikbaar). Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, gebruik dan ook een goedgekeurde zittingverhoger. Kind kleiner dan 1,35 meterIs uw kind kleiner dan 1,35 meter, dan hangt het af van het gewicht van uw kind: - minder dan 13 kg: babyautostoeltje (groep 0 en 0+);
- tussen 9 en 18 kg: kinderautostoeltje (groep 1);
- tussen 15 en 36 kg: zittingverhoger (groep 2 en 3);
- meer dan 36 kg: autogordel, eventueel met zittingverhoger of afzonderlijke gordelgeleider (gordelclip/gordelklem).
Groep 0 en 0+: BabyautostoelHet babyautostoeltje wordt tegen de rijrichting in geplaatst. Met de driepuntsgordel van de auto wordt het stoeltje vastgezet. Het kind wordt met een Y-gordel vastgemaakt. Sommige van deze stoeltjes kunnen ook met een zogeheten ISOFIX systeem worden vastgezet: aan de achterkant van het autostoeltje zitten dan twee uitsteeksels. Auto's die voor dit systeem zijn uitgerust hebben tussen de rugleuning en de zitting twee 'ankers'. De uitsteeksels klikt u heel gemakkelijk in de 'ankers' en het autostoeltje zit vast. Soms is er een derde bevestigingspunt. Kijk voor meer informatie in de handleiding van het autostoeltje.Groep 1: KinderautostoelHet kinderautostoeltje is bedoeld voor kinderen die al zelfstandig kunnen zitten. Het kind wordt met de vijfpuntsgordel van het autostoeltje vastgemaakt. Vaak hebben deze autostoeltjes meerdere standen en worden ze met de rijrichting mee geplaatst. Een kinderautostoeltje wordt met de autogordel of met ISOFIX bevestiging vastgezet. Groep 2 en 3: Zittingverhoger (ook wel booster seat genoemd) Het kind zit op de zittingverhoger en wordt vastgemaakt met de autogordel. De zittingverhoger zorgt ervoor dat het diagonale deel van de autogordel niet langs de hals, maar over de schouder van het kind loopt. Ook zorgt de zittingverhoger ervoor dat de heupgordel over de heupen en niet over de buik loopt. Dit laatste kan voor ernstig inwendig letsel zorgen. Zittingverhogers zijn er met en zonder rugleuning. Het beste is om er één te kopen met (afneembare) rugleuning. De rugleuning is meestal in hoogte verstelbaar en zorgt voor betere zijwaartse steun als het kind onderweg in slaap valt. Bovendien biedt de rugleuning enige bescherming bij aanrijdingen van opzij. Ook zorgt de rugleuning ervoor dat het kind iets naar voren komt en daardoor de knieën kan buigen. Dat zit prettiger en voorkomt onderuit zakken. Als het kind onderuitgezakt zit, zit de heupgordel niet goed meer en dat kan weer tot buikletsel leiden bij een botsing.
Kinderen zwaarder dan 36 kgEr zijn geen autostoeltjes of zittingverhogers goedgekeurd voor kinderen boven de 36 kg. Deze kinderen zouden dan alleen de autogordel moeten gebruiken. Als bij deze kinderen de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, is het verstandig om ze toch op een zittingverhoger te vervoeren totdat ze lang genoeg zijn om alleen de autogordel te gebruiken. Een andere mogelijkheid voor deze kinderen is om een apart aangeschafte gordelgeleider (gordelclip/gordelklem) te gebruiken. Kies alleen voor deze laatste optie als het echt niet anders kan. Keurmerk
Een kinderzitje moet goedgekeurd zijn volgens de Europese veiligheidseisen: ECE 44/03 of 44/04. Alleen deze kinderzitjes mogen gebruikt worden. Ze zijn voorzien van een keuringslabel of -sticker. Daarop staat in een rondje de letter E plus een getal. Verder naar onderen staat het goedkeuringsnummer. Dit nummer moet beginnen met 03 of 04. Ook wordt het gewicht vermeld van de kinderen waarvoor het geschikt is. Een voorbeeld van een officieel label ziet u hiernaast. Vraag zonodig advies aan de verkoper. Als de goedkeuring niet meer geldt, is het geen goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel meer. |