Info: Mistlampen
© Leo de Haas TV Produkties B.V.  

 

 

 

Gebruik van (mist)lampen

Het voeren van mistlichten terwijl de weersomstandigheden daar geen aanleiding toe geven mag niet. Het mistlicht mag alleen maar branden bij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert. Anders niet. Of het bij de twee aparte lichten in de bumper wel om mistverlichting gaat, moet u even controleren door te zoeken naar de code “F” of “B” in het glas van de betreffende lampen. Maar zijn het bijvoorbeeld verstralers (dan ontbreekt de code, want dat zijn geen mistlichten) dan is het overdag en bij duisternis ook weer foute boel. Want verstralers worden beschouwd als grootlicht en mogen alleen bij duisternis gevoerd worden als je geen voertuig tegenkomt of kort volgt. Dus even samengevat:

Als er geen weersomstandigheden zijn die het zicht ernstig belemmeren en u rijdt overdag, dan geldt:

  1. dimlicht toegestaan;
  2. grootlicht verboden;
  3. alleen mistlicht - verboden;
  4. mistlicht in combinatie met bijvoorbeeld dimlicht verboden.

Als er geen weersomstandigheden zijn die het zicht ernstig belemmeren en u rijdt 's nachts. dan geldt:

  1. dimlicht - verplicht;
  2. grootlicht - toegestaan, behalve als u tegenliggers hebt of op korte afstand een ander voertuig volgt;
  3. alleen mistlicht - verboden; u moet dimlicht voeren;
  4. mistlicht in combinatie met bijv. dimlicht - verboden.

Is er sprake van weersomstandigheden die het zicht ernstig belemmeren en u rijdt overdag, dan geldt:

  1. dimlicht - verplicht;
  2. grootlicht - verboden;
  3. mistlicht - toegestaan;
  4. mistlicht in combinatie met bijv. dimlicht - toegestaan. Maar let op: de combinatie mag niet verblindend zijn!

!s er sprake van weersomstandigheden die het zicht ernstig belemmeren en u rijdt 's nachts dan geldt:

  1. dimlicht - verplicht;
  2. grootlicht - toegestaan, behalve als u tegenliggers hebt of op korte afstand een ander voertuig volgt;
  3. mistlicht in combinatie met bijvoorbeeld dimlicht - toegestaan. Maar let op: de combinatie mag niet verblindend zijn!

Verder moeten achterlichten en kentekenplaatverlichting altijd gelijktijdig branden met grootlicht, dimlicht, stadslicht of mistlicht.

Het mistachterlicht mag alleen worden gevoerd bij mist of sneeuwval met een zicht van minder dan 50 meter.